Schrijf een verhaal of gedicht!

Vind jij het leuk om verhalen of misschien wel gedichten te schrijven? Mail jouw bedenksels dan naar club@lemniscaat.nl en wie weet staat jouw verhaal of gedicht in de volgende Lemniscaatkrant of op het ‘Podium voor Eigen Werk’ op www.lemniscaatkrant.nl!

Zo vrij

Zo vrij als een vogel
Vlieg ik door mijn leven

Zo vrij als de lucht
Blijf ik bewegen

Zo vrij als ik ben
Dat is er geen één

Zo vrij als ik ben
Dat ben ik alleen

Femke van der Kroft

Lemniscateneter

Ik ben een cycloop
en lees een hele hoop
ik eet en lees zoveel boeken van Lemniscaat
omdat een boek van Lemniscaat
super lekker gaat!

(Odysseus hoorde dit versje veel bij de cyclopen)

Ysbrant Buys

 

 

Het pakje

Sergio liep eenzaam door de straten van Griekenland. Hij was er op vakantie, maar was zijn ouders kwijtgeraakt. Een kleine traan blonk in zijn oog, maar hij veegde hem snel weg. Hij wilde niet huilen, hij was geen klein kind meer!
Plotseling hoorde hij een sissende stem zeggen: ‘Sergio, neem ik aan? Ik heb hier iets wat geknipt voor jou is!’
Sergio schrok zich kapot en hij draaide zich snel om. ‘Hoe... hoe weet u hoe ik heet?’ vroeg hij, hopend dat het niet angstig klonk, ondanks het kleine gestotter aan het begin van zijn zin.
De man glimlachte venijnig. ‘Ach, ik weet het nu eenmaal, en ik weet ook dat je dit niet kunt weigeren!’
Hij haalde vliegensvlug een klein pakketje uit de binnenzak van zijn cape, en hield het voor Sergio’s ogen.
Sergio deinsde achteruit. Het pakje glansde en flonkerde venijnig, en Sergio was van plan om hard weg te rennen, maar zijn benen wilden niet meewerken.
De man grijnsde gemeen. Sergio werd bleek. Wat als hij het glanzende niet kon weerstaan? ‘Nee,’ zei Sergio tegen zichzelf. ‘Ik moet het weerstaan, anders komt er niets meer van me terecht.’
Hij zette een wankelende stap achteruit, en nog een, en uiteindelijk slaagde hij erin om
redelijk snel weg te rennen van de vreemdeling met het rare pakje.
De venijnige man riep hem sissend na: ‘Dit pakje zal jij krijgen, Sergio, of er gebeurt iets met je leven.’
Het laatste woord werd overspoeld door echo’s van de al gesproken woorden en Sergio rende nog harder weg. Hoe vond hij zijn ouders terug? Hij wilde dit niet nog een keer! Een keer zo’n sissende man tegen het lijf lopen was wel al erg genoeg!
Hijgend stopte hij met rennen. Even uitrusten moest maar kunnen.
‘Sergio! Sergio!’ hoorde hij roepen.
Hij kende die stem. Maar waarvan? Eerst dacht hij dat het de sissende man van het pakje was, maar iets in hem zei hem dat het niet klopte. Hij had deze stem al zijn hele leven gehoord! Hij kneep zijn ogen dicht om goed na te denken, en hij wist het: zijn moeder. Het was zijn
moeder! Maar waarom wist ik dat niet meteen? dacht Sergio. Ach, wat maakte het ook uit. Heel even zag hij het glanzende pakje weer voor zich en hij schudde snel zijn hoofd. Nee. Hij moest er niet meer aan denken.
Toen hoorde hij zijn moeder weer roepen en hij rende in de richting van haar stem. Toen het stopte riep hij zelf naar zijn moeder, en ze reageerde:
‘Sergio? Sergio, ben jij dat?’
Hij riep zo hard mogelijk van ja, en even later zag hij de schim van zijn moeder op het verlaten pleintje voor de kerk van de stad waar hij op vakantie was. Hij rende zo hard als hij kon, en zijn moeder had tranen in haar ogen.
‘O Sergio, waar was je nou manneke? Ik was zo ongerust!’
Sergio werd rood en hij zei: ‘Ma-am, toe nou! Ik schaam me kapot!’
‘Oké, Sergio. Kom maar snel mee naar binnen.’
Toen hij een tijdje binnen was viel hem iets op.
‘Mam, waar is papa?’ vroeg hij.
‘Je vader is... Hij is weggegaan,’ antwoordde ze.
Sergio begreep het niet. ‘Hè? Weggegaan? Waarom? Waarvan? Waarheen?’ vroeg hij verbaasd.
Zijn moeder keek naar de grond. ‘We hebben een gesprekje gehad, en nu...’
Het was een tijdje stil.
‘Sergio, je vader en ik gaan scheiden.’ Ze zei het met tranen in haar ogen.
‘Wat?! Hoe kunnen jullie dat nou doen?!’ Hij sprong op en gooide zijn tarotkaarten en zijn drinken van de tafel. Hij keek woedend naar zijn moeder.
Toen ze dat zag barstte ze in tranen uit. ‘Sergio, ik kan er niets aan doen! Je vader wilde dit! Ik niet! Het was nooit mijn bedoeling om iemand, en zeker niet jou, te kwetsen!’ riep ze snikkend uit. Sergio wilde naar haar toe rennen om haar te troosten en zichzelf ook een beetje te kalmeren, maar toen hij zijn eerste stap wilde zetten, struikelde hij en hij viel achterover met zijn hoofd tegen de scherpe rand van de tafel.

Hij liep weer door de straten van Griekenland, en hij was er nog steeds gewoon op vakantie. Gelukkig is het nu dag. Dacht hij. Hij glimlachte en hij wilde naar de vogels gaan luisteren, maar... Er was nergens geluid. Hij fronste een beetje, want hij begreep het niet. Toen pas viel het hem op dat er ook nergens een mens te bekennen was, en ook geen enkele kleur. Hij ging op het grijze gras liggen, en keek naar de een paar tinten lichtere wolken boven zich. Hij ging weer staan en opeens hoorde hij een stem achter zich. Hij herkende die stem. Hij begon te trillen en draaide zich om. Het was de man van het pakje.
‘Sergio, ik zei je toch dat je het pakje zou krijgen?’
Sergio keek naar zijn handen en zag het pakje erin liggen. Heel even zag hij in een flits dat hij het pakje ook in zijn zak had gehad toen hij tegen de tafelrand viel.
‘Het pakje. Dus dit is allemaal jouw schuld! Waarom doe je dit?!’
‘Omdat...’
Maar de man kon zijn zin niet afmaken. Nou ja, Sergio kon zijn zin niet afluisteren, want hij voelde een enorme schok in zijn buik en terwijl hij op de grond viel, werd alles om hem heen zwart.

Langzaam opende Sergio zijn ogen. Hij hoorde een onbekende stem zeggen: ‘Hij komt bij, geen schokken meer voor deze kleine man.’
De man die dat zei nam een hele horde mensen met zich mee naar buiten, en even later kwamen zijn ouders binnen. Hij zag meteen dat zijn moeder zich moest inhouden en hij
zei: ‘Mam, je mag best huilen hoor.’ Hij grijnsde zwakjes.
Plotseling kwam alles weer bij hem terug, en Sergio schoot overeind. ‘Waar is het pakje?’ riep hij. ‘Waar is het?!’
‘Sergio, rustig jongen! Dat is allang weggegooid bij het chemisch afval op de vuilnishoop, hier bij het ziekenhuis. Daar kraait geen haan meer naar,’ zei zijn vader.
Sergio werd bleek, en hij zei: ‘Je snapt het niet, pa. Degene die dat pakje in zijn handen krijgt, raakt gewond, net als ik nu. Maar het kan erger dan dit. Als dat pakje niet bij mij was weggehaald, was ik dood geweest als je het mij vraagt!’
Toen zei zijn vader: ‘Dan gaan we het nu verbranden. Ik ga naar de artsen, samen met je moeder, om erachter te komen waar ze hier het chemische afval dumpen, en ik denk dat
het beter is dat jij...’
Sergio sprong meteen uit zijn ziekenhuisbed, en hij zei een beetje beledigd: ‘Ik ga ook mee!’ Z’n vader gaf aan hem toe.
Eerst vogelde hij uit waar het chemisch afval lag, en daarna liepen ze met z'n drieën naar de vuilnisbelt van het ziekenhuis. Ze zochten wel meer dan een uur naar het pakje, totdat Sergio iets in zijn zak voelde zitten. Hij trok het er meteen uit en smeet het op de grond.
‘Mama, pap! Ik heb het!’ riep hij zo hard mogelijk.
Zijn moeder kwam aanrennen, zijn vader volgde haar met de gasbrander stevig in zijn handen. Sergio wees naar het pakje. ‘Daar is het. Daar ligt de oorzaak van mijn val! Dat is de reden dat ik bewusteloos in het ziekenhuis lag!’
Zijn vader keek hem ongelovig aan en zei: ‘Ik geloof er niet echt iets van jongen, het spijt me.’
Sergio werd witheet. ‘Denk je dat ik ijl of zo?! Ik zal je eens wat vertellen: dit pakje heeft een maffe sissende man in mijn zak gestopt zodat ik op welke manier dan ook gewond zou raken. Die vent is gestoord! Hij wil me dood hebben! En weet je, daarnet zat het plotseling weer in mijn zak, dat is de plaats waar ik het vond! Die vent is een moordenaar, dat zeg ik je! Maar
als jullie me niet geloven... Dan los ik het zelf wel op!’ schreeuwde hij kwaad.
Hij wilde de gasbrander uit zijn vaders handen rukken, maar die had hem vast met een ijzeren greep.
‘Sergio, nee! Je krijgt de brander niet. Als er hier iets verbrand moet worden, dan doe ik dat. Toch, Molly?’ Hij draaide zich om naar Sergio’s moeder. En werd lijkbleek.
‘Sergio, heb jij je moeder zien weggaan?’
Sergio schudde zijn hoofd en bijna meteen daarna zagen ze zijn moeder verschijnen uit een bultje vuil.
‘O gelukkig Molly, ik denk dat je bent flauwgevallen of zoiets. Maar nu komt het wel weer goed.’
Nadat vader dat had gezegd viste hij het pakje uit de handen van Molly, en hij zei: ‘Sergio, geef me de gasbrander.’
En toen Sergio's moeder weer stond, verbrandde hij het pakje. Nog even zag je het liggen, maar daarna ging het in rook op.

Merit Vessies

 

© 2005 Lemniscaat - club@lemniscaat.nl