Interview Tjibbe Veldkamp
Van prentenboek tot jeugdboek - een interview met een veelzijdig schrijver

‘Eigenlijk wilde ik helemaal geen schrijver worden,’ vertelt Tjibbe Veldkamp (1962). ‘Iemand gaf me een schriftje en een pen en zei: “Ga jij maar eens een kinderboek schrijven.” Zo is het allemaal begonnen.’

Het is vreemd om deze woorden te horen uit de mond van iemand die al jaren boeken schrijft en wie het schrijven naar eigen zeggen nooit verveelt. Zelf is Tjibbe Veldkamp ook verbaasd dat hij zelf nooit op het idee gekomen is. ‘Dit beroep past heel goed bij me, omdat ik zo dol ben op verzinnen.'

SMS
Tjibbes nieuwste boek is het achtste deel in de Kidsbibliotheek en heet SMS. Bas, de hoofdpersoon, krijgt op een dag een sms’je van Anna. Zijn vader denkt dat het sms’je van Bas’ overleden moeder komt, die Annabel heette. Bas zelf weet het zo net nog niet, maar gaat op onderzoek uit.
‘Het idee voor dit boek ontstond,’ vertelt Tjibbe, ‘toen ik zelf de aanwezigheid van een geest voelde, terwijl ik niet in geesten geloof. Daardoor kon ik me verplaatsen in de hoofdpersonen uit SMS – dat was het aller-beginste begin. Op televisie word je helemaal doodgegooid met programma’s over geesten; Jomanda, Medium, Ghostwhisperer, noem maar op. Je wordt dan benieuwd wat je eigen mening erover is. Ik vind het boeiend om dat uit te zoeken door erover te schrijven.’

Korte cursus boekschrijven
Volgens ons is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een boek schrijven, zo simpel is dat niet. Gelukkig heeft Tjibbe wat tips voor ons. ‘Ten eerste moet je niet gaan zitten wachten op inspiratie. Je moet, als je een idee hebt, gewoon gaan werken en dan denk je vanzelf: O ja, zo moet het!
In tegenstelling tot sommige schrijvers, die bij voorkeur ’s nachts werken of moeten wachten tot ze inspiratie krijgen, schrijft Tjibbe gewoon van negen tot vijf. Want volgens hem zijn ideeën er altijd wel. Soms krijgt hij die van zijn kinderen, maar meestal put hij uit zijn eigen ervaringen. Het boek De bezwering speelt zich bijvoorbeeld af in een voor hem vertrouwde omgeving, en voor De lachaanval had hij veel aan zijn ervaringen uit zijn middelbareschooltijd. Vaak heeft Tjibbe wel wat gemeen met zijn hoofdpersonen. Hij vindt het dan ook belangrijk om zich bij het schrijven te kunnen inleven. ‘Dan schrijf ik de beste boeken.’
Toch is het wel belangrijk dat een boek origineel is. ‘Het wordt er beslist niet leuker op als je van tevoren al kunt bedenken wat er gaat gebeuren. Ook moet een boek een beetje spannend zijn, anders heeft niemand zin om door te lezen. En je moet proberen om van een boek een wereld op zich te maken, zodat je na het lezen nog helemaal in de sfeer van het verhaal zit. Maar dat vind ik wel erg moeilijk.’
Ten slotte vindt Tjibbe dat het einde van een boek verrassend moet zijn, maar niet onrealistisch. ‘Dat je denkt: het kan!’ Zelf houdt hij van boeken met een happy end, omdat een verhaal hoop geeft als het ondanks alle misère goed afloopt. ‘Het hoeft niet per se, maar ik vind het fijn als je na het lezen van een boek denkt: het kan beter!’

Vertalen uit het Fins
Met deze richtlijnen gaat Tjibbe aan het werk. Dan nog zijn er tussen boeken onderling veel verschillen. ‘Het maken van een prentenboek duurt ongeveer een maand, maar met het schrijven van een leesboek ben ik soms wel meer dan een jaar bezig. Over De lachaanval, mijn dikste boek (124 pagina’s), heb ik zelfs meer dan twee jaar gedaan. Tussendoor doe ik dan nog wel andere dingen. Ik vertaal boeken uit het Engels, Duits en een enkele keer uit het Fins. Dat trouwens vooral door goed naar de plaatjes te kijken, hoor!’
Als Tjibbe aan een boek werkt, mag niemand het nog lezen. ‘O nee, dat vind ik vreselijk. Ik hoef al die meningen helemaal niet te horen zolang ik nog bezig ben. Dat mag pas als het af is.’

Stop!
In de zeventien jaar dat Tjibbe Veldkamp nu schrijft, heeft hij ongeveer twintig boeken op zijn naam gezet. We vroegen ons af wat hij zelf zijn mooiste boek vindt. Dat is De lachaanval, onder andere omdat er veel van zijn middelbareschooltijd in is verwerkt. Niet over elk boek is Tjibbe achteraf even tevreden. ‘Mijn allereerste boek vind ik nu niet zo goed meer. Ik moest toen nog veel leren. En bovendien is een boek nooit helemaal af. Het kan altijd beter, maar je moet een keer zeggen: “Stop!”. Ik weet zeker dat sommige van mijn boeken wel beter kunnen. Er zijn dingen die ik nu anders zou doen.’
Na al die jaren weet Tjibbe Veldkamp wel hoe je een boek moet schrijven. Hij werkt zelfs in verschillende genres: hij schrijft zowel prentenboeken als leesboeken. Toch is het van tevoren vaak nog onduidelijk wat voor soort boek er in de maak is. ‘Ik was een keer van plan om een wat dikker prentenboek te schrijven, maar toen het af was bleek het plotseling een jeugdboek geworden te zijn!’ Tegelijkertijd vindt Tjibbe dat een prentenboek en een jeugdboek twee heel verschillende dingen zijn. ‘Een prentenboek is makkelijker om te maken, en daarom geeft het schrijven van een gewoon leesboek meer voldoening. Ik zou er niet tussen willen kiezen.’
En waarom zou je ook, als je het allebei zo goed kunt?

De boeken van Tjibbe Veldkamp zijn verschenen bij Lemniscaat, Van Goor en Terra Lannoo.

Sarah en Johanna

© 2005 Lemniscaat - club@lemniscaat.nl