| |

John Brosens en de knaap in de blauwgeruite kiel
'Michiel de Ruyter was een doodgewone man'
Vlissingen, 1957. De 11-jarige John Brosens krijgt in de les het boek Vlissinger Michiel ter gelegenheid van de 350ste geboortedag van Michiel de Ruyter. De kleine John denkt: als ik 60 ben, is het 400 jaar geleden dat deze held geboren werd. Dan wil ik de volgende zijn die een boek over hem schrijft! Anno 2006 is die kinderwens inderdaad uitgekomen en ligt Koers pal noord in de winkel. John Brosens, de schrijver die naar Noord-Spanje toog en in de voetsporen trad van ’s lands grootste admiraal, vertelt.
Het is het jaar 1623 als de getalenteerde, 16-jarige Michiel Adriaanszoon gevangen wordt genomen door de Spanjaarden terwijl hij als hoogbootmansmaat werkt op de Honte, een kaper uit Vlissingen. Samen met zijn drie maten Gilles, Bart en Bouwen weet hij te ontsnappen uit de klauwen van Spanje en bereidt hij zich voor op de lange terugweg naar huis. ‘Bart en Gilles heb ik verzonnen, om het wat spannender te maken,’ legt John Brosens uit. Voor hem ligt de dikke multomap met informatie die hij vergaarde bij het onderzoeken van de reis.
In 1997 kreeg John een biografie van Michiel de Ruyter voor zijn verjaardag. Toen hij daarin de volgende passage las, wist hij het meteen: hier zit een verhaal in. Vanaf dat moment heeft het idee een boek te schrijven over de jeugd van Michiel de Ruyter hem nooit meer losgelaten.
Als matroos maakte hij een hachelijk avontuur mee. Spanjaarden veroverden het schip waarop hij voer, en namen hem en de overige bemanning gevangen. De Ruyter raakte bij die actie in de linkerarm gewond, maar wist bij het aan land komen te ontsnappen, samen met twee andere matrozen. Zonder enige bezitting moesten zij gedrieën over land, via Frankrijk, naar De Nederlanden zien terug te keren. Dankzij de gastvrijheid van goedwillende mensen die zij op hun weg troffen, lukte dat.
Leraar Engels
In 2002 besloot John Brosens zijn baan als leraar Engels en remedial teacher op te geven en zich volledig op het schrijven te storten. ‘Ik wil elk jaar één crimi en één kinderboek schrijven.’ Voor zijn nieuwste jeugdboek Koers pal noord bezocht hij gemeentearchieven en musea, samen met zijn vrouw en met een introductiebrief van de burgemeester van Vlissingen op zak. Voor zover mogelijk volgde hij de route die Michiel 400 jaar geleden ook gevolgd moet hebben. Informatie die hij niet kon vinden, verzon hij. ‘Je zult zien dat het viertal soms ineens 3 dagen verder is. Dat komt dan doordat ik dat stuk niet gelopen heb of er weinig over kon vinden. De dingen die ik gefantaseerd heb, kloppen historisch wel, maar hoeven niet echt gebeurd te zijn. Zo was er inderdaad een brief voor de Franse koning die zoek is geraakt, maar dat Michiel hem in een musket heeft bewaard en aan het bestuur van La Rochelle heeft gegeven, dat is mijn fantasie.’ Het manuscript was in 2004 eigenlijk al af, maar met het oog op 2007 – Michiel de Ruyterjaar – werd nog even gewacht met de uitgave.
Moorsdonders
Koers pal noord is de eerste historische jeugdroman van John Brosens. Op onze vraag waarom de schrijver nu, na een aantal krimi’s, plotseling met een historisch boek komt, antwoordt hij, zorgvuldig formulerend: ‘Ik wil veelzijdig zijn, ik houd er niet van een etiket opgeplakt te krijgen. Ik heb bijvoorbeeld drie krimi’s geschreven die zich in het onderwijs afspelen. Mijn laatste krimi, Zwart Fortuin, speelt zich daarom nadrukkelijk niet in het onderwijs af. Zodat niet iedereen zal zeggen: kijk, dat is die man die onderwijskrimi’s schrijft. In het begin realiseerde ik me trouwens niet dat een historisch boek zoveel meer werk was dan een boek dat zich in onze tijd afspeelt. Moorsdonders! Zo liet ik de hoofdpersonen eerst met een floret vechten, tot een historicus me erop wees dat ze in die tijd degens gebruikten. Maar het was wel heel leuk.’ John licht nog een puntje van de sluier op: ‘Eén van mijn volgende boeken zal zich ook in het verleden afspelen!’
Romantisch
Michiel de Ruyter komt in Koers pal noord naar voren als een zeer eerlijk en rechtvaardig man. Wordt hij niet te veel geromantiseerd? ‘Michiel de Ruyter had zijn normen en waarden heel hoog staan. Dat is echt zo. Hij heeft bijvoorbeeld na zijn dood een hele schatkist met geld nagelaten aan de armen. In tegenstelling tot Cornelis Tromp, ook een zeer succesvolle admiraal, die een enorme villa voor zichzelf liet bouwen. Hoewel De Ruyter nog rijker geweest moet zijn, deed hij zulke dingen niet: hij was (naast zijn geweldige carrière en heldendaden dus) een doodgewone man.’
Onwillige lezers
Brosens houdt zich al lang bezig met het aan het lezen krijgen van kinderen die zelf geen belangstelling hebben voor boeken. ‘Een manier om een verhaal voor “onwillige lezers” interessanter te maken, is door bijvoorbeeld niet te veel uit te wijden. Je moet dicht bij de plot blijven.’ Uitgebreide landschapsbeschrijvingen zijn dan ook niet te vinden in Koers pal noord. ‘Ik heb geprobeerd het zo spannend mogelijk te maken. Ik leg niet zoveel uit.’
Dat was wel anders toen Brosens nog werkte als leraar Engels op een middelbare school. Toen schreef hij ook al, alleen in de vorm van schoolboeken. ‘De overstap was heel groot, wat hamer! In het begin trok ik het me dan ook erg aan wat recensenten over mijn boeken schreven. Later kwam ik erachter dat wat telt, niet de mening van de recensent is, maar hoe goed het boek verkocht wordt.’ Maar er zijn toch ook slechte boeken die heel veel verkocht worden? ‘Dat is zo. Het is lastig te bepalen wat een goed boek is. Het enige dat ik wil is dat mensen zich kunnen “verdrinken” in mijn verhalen. Dat ze echt even helemaal van de wereld zijn.’
Koers pal noord
John Brosens
De Fontein
Karlijn, Philip en Pauline
|