In gesprek met Edward van de Vendel
Echt zijn, of niet echt zijn. Dat is belangrijk in Ons derde lichaam, het vervolg op het succesvolle De dagen van de bluegrassliefde. Hoewel Edward van de Vendel de helft van het jaar in Parijs woont, spraken wij hem ‘gewoon’ in Rotterdam.
Nadat Tycho Zeling in De dagen van de bluegrassliefde zijn grote (vakantie)liefde Oliver ontmoette en tegelijkertijd ook weer achterliet in Noorwegen, begint hij in Ons derde lichaam met zijn studie aan de Nationale Schrijfacademie. Bij een nieuwe studie hoort een nieuw leven, met nieuwe vrienden en een nieuw dak om onder te wonen. Tycho’s huisgenote Vonda zingt en wil graag beroemd worden. Als ze een liedje mag zingen op het nationale songfestival, vraagt ze Tycho en hun derde huisgenoot om op de achtergrond mee te doen. De peilingen hebben het al voorspeld, en op de grote avond weet Tycho dat ze gewonnen hebben nog vóórdat de punten van de provincie Zeeland bij wijze van spreken bekend zijn. Daarop volgt de draaimolen van interviews, voorbereidingen en repetities voor het Europees Songfestival in Letland. Maar ondertussen is hij Oliver nog niet vergeten…
Een echte Tycho
‘In 2003 was ik achter de schermen bij het songfestival in Letland,’ vertelt Edward van de Vendel, ‘en het viel me op dat de kandidaten die meededen gewone mensen waren, net als wij. Zij krijgen ineens zóveel aandacht over zich heen, en alles wordt op hen gefocust, op een deel van hen dat misschien niet helemaal echt is. Tycho krijgt in het boek ook te maken met vragen als: “Wat laat je van jezelf zien? Vertel je over je verleden?” Hij doet dat wel, omdat hij zo iemand is. Vonda is anders, die wil of kan dat niet. Van Vonda kon ik een compleet beeld neerzetten, omdat zij op dat moment het belangrijkste is in Tycho’s leven, en je beleeft het verhaal door zijn ogen. Toch is zij eigenlijk de enige die niet bestaat; ze is niet geënt op een bestaand meisje. Van Tycho wist ik eerst ook niet goed hoe hij eruitzag, maar de uitgever wilde dat ik zijn uiterlijk toch beschreef in De dagen van de bluesgrassliefde. Op een keer zag ik bij een kaartautomaat op het station een blonde jongen, en toen dacht ik: dit is nou ongeveer Tycho. Op dat moment tikte een meisje hem op de schouder en zei: “Hé, Tycho!” Dat was echt bizar.’
Keukenprins
Als je De dagen van de bluegrassliefde en Ons derde lichaam naast elkaar legt, zal het je opvallen dat de laatste veel dikker is. Dat is niet toevallig. ‘Ik wilde dat het een heel ander boek zou worden, en er moest veel meer in,’ vertelt Edward. ‘Tycho gaat op kamers, en dan moet ik natuurlijk iets over zijn nieuwe klasgenoten vertellen, maar ook over zijn ouders, en over hoe hij in het homoleven staat. Omdat het vanuit de ik-persoon geschreven is, krijg je een veel gedetailleerder beeld van hem. Bovendien was Tycho zo levend in mij dat ik niet over één aspect van zijn leven wilde schrijven, zoals dat in De dagen van de bluegrassliefde de liefde was. Ik heb nu bijvoorbeeld ontdekt dat Tycho erg van koken houdt – dat wist ik nog helemaal niet in het eerste boek.’
Koorts
Tycho verraste Edward van de Vendel wel vaker. Wanneer Tycho bezig is met zijn bijbaantje als sapverkoper in een levensgrote sinaasappel (wie wel eens in Rotterdam komt, kent ze van de Lijnbaan!), zoekt Vonda hem op en begint hem verwijten te maken. Edward: ‘Ik was zo kwaad door wat zij zei, dat ik dacht: het is echt een sul van een jongen als hij nu niets doet. Maar ik had nooit bedacht dat hij met sinaasappels zou gaan smijten! Ineens schreef ik dat op.
Op dat soort momenten ga ik compleet op in het schrijven. Als ik heel intensief en snel schrijf, gebeurt het zelfs wel dat ik lichte koorts krijg.’
Chatbox
Tycho schrijft in het boek regelmatig gedichten. Hij maakt een bundel die Chatbox heet en laat die vervolgens lezen aan zijn leraar van de Schrijfacademie. Die leraar raadt Tycho aan om zijn bundel te laten uitgeven. ‘Toen dacht ik: nou, dan wil ik ook dat die bundel er echt is. Dat soort dingen vind ik leuk, het is een beetje een spel,’ vertelt Edward. ‘Ik wilde er zelfs mijn naam niet op hebben, alleen maar die van Tycho. Maar dat vonden ze op de uitgeverij niet goed.’
Tegelijk met Ons derde lichaam verscheen daarom Chatbox: de gedichten van Tycho Zeling. De meeste gedichten die erin staan gaan over verliefdheid, maar sommige zijn geëngageerd; dat wil zeggen dat ze kritiek bevatten op de maatschappij. ‘Ik vind dat de jeugdliteratuur af en toe een beetje aan de veilige kant blijft in Nederland,’ legt Edward uit. ‘De meeste boeken gaan over dingen die met de hoofdpersoon te maken hebben, en minder met wat er speelt in de samenleving, zoals de allochtonenproblematiek. Wat je wel ziet in Nederland is dat sommige auteurs denken: wat is in? Loverboys? Dan maak ik een boek over loverboys. Ik vind dat een onderwerp moet passen bij hoe je bent en hoe je schrijft, maar het is ook belangrijk om de jongvolwassenen voor wíe je schrijft in de gaten te houden. Het zou goed zijn als schrijvers en jongeren wat meer naar elkaar toe groeien.’
Johanna & Joyce