De voorspelling
De
voorspelling gaat over Sander, een eerstejaarsstudent in Utrecht.
De ontgroening bij de studentenvereniging Aliquando brengt voor hem,
en alle andere eerstejaars, onaangename geintjes met zich mee. Ze
moeten bier drinken totdat ze ervan moeten overgeven, ze moeten de
oudere studenten bij alles helpen en hen altijd met ‘meneer’
aanspreken. Ze moeten allerlei vervelende en vernederende klusjes
doen tijdens de ‘ontgroeningsavonden’ en als Sander daar
een paar keer niet bij is (hij is ziek), wordt hij ergens gedropt
en moet hij binnen een paar uur de weg zien terug te vinden naar het
café… Problemen genoeg dus, maar het zijn probleempjes
van niks vergeleken bij dat ene grote probleem dat zich plotseling
voordoet.
Op een dag staat er een man, Hadek genaamd, voor Sanders deur. Hadek
vertelt Sander dat hij nog maar veertien dagen te gaan heeft –
over veertien dagen zal hij hem komen halen. Hij adviseert dat Sander
alvast moet beginnen met afscheid nemen van zijn dierbaren.
‘Ik kom je halen,’ antwoordde Hadek. ‘Binnen
veertien dagen.’ Sander deed de deur niet verder dicht. Met
open mond staarde hij zijn bezoeker aan. Die man was gestoord!
‘Jouw tijd is om,’ zei Hadek met strakke mond. ‘Je
hebt maximaal veertien dagen. Ik kom jou dit vertellen om je de gelegenheid
te geven op een waardige manier afscheid te nemen.’
Aanvankelijk denkt Sander dat het onderdeel is van de ontgroening.
Dat het weer een van die onsmakelijke grappen van Joost, Sebastiaan
en de rest is. Maar Hadek is bloedserieus; hij zegt dat hij Sander
een teken zal geven.
‘Waar kom je me halen?’
‘Dat kan ik je niet zeggen,’ was Hadeks antwoord. ‘Het
is al een uitzondering dat ik het jou kom vertellen.’
‘Staat dat dan niet op die laptop van je?’ vroeg Sander.
Hadek keek hem strak aan voor hij antwoord gaf. ‘De plaats is
niet belangrijk, het gaat om de tijd die nog over is.’
‘Je moet zeggen: de tijd die nog rest, dat klinkt beter.’
‘Spotten helpt niet. Ik zal je bewijzen dat mijn boodschap ernstig
genomen moet worden: morgen krijg je een teken.’
De volgende dag wordt Sander van zijn sokken gereden op een kruispunt.
Hij meent Hadek in de auto te zien zitten. Sander wordt angstig. Wat
als die Hadek gelijk heeft en hij echt over veertien dagen sterft?
Onverwacht krijgt hij hulp van een vrouw en een meisje uit de brugklas
(de vrouw is de tante van het meisje). Wanneer Sander in de problemen
komt, zijn zij altijd toevallig in de buurt. Ze helpen hem door de
moeilijke periode heen.
De voorspelling is een goed, onderhoudend
boek, doordat het veel vragen oproept. Wie is Hadek? Wie is het meisje?
Zal Sander echt over twee weken sterven? Door die vragen blijft het
verhaal het hele boek lang bijzonder spannend. De
voorspelling heeft een verassend einde, waardoor je met een
aantal vragen nog blijft zitten. En dat is juist het goede aan dit
boek. Je blijft zoeken naar antwoorden, zelfs nog een tijd nadat je
het hebt uitgelezen. Tegelijkertijd toont het boek goed de problemen
die je tegenkomt als eerstejaarsstudent. De ontgroening bij de studentenvereniging
Aliquando natuurlijk, maar ook problemen met ouders en school. Het
boek laat zien hoe eerstejaarsstudenten hun draai moeten vinden in
een volstrekt nieuwe wereld. Een aanrader voor mensen die van spanning
houden, met een vleugje humor.
De voorspelling
Evert Hartman
Lemniscaat
Ruben