Uil: mysterieus, spannend en onweerstaanbaar grappig!

Roy zou de vreemde jongen nooit hebben gezien als Dana Matherson er niet was geweest, want gewoonlijk keek hij in de schoolbus niet uit het raam. Hij las liever een strip of een spannend boek tijdens de ochtendrit naar Trace Middle School.
Maar op deze dag, een maandag (dat zou Roy nooit vergeten), greep Dana Matherson Roys hoofd van achteren beet en drukte zijn duimen in Roys slapen alsof hij een voetbal platkneep. De oudste leerlingen moesten eigenlijk achter in de bus blijven, maar Dana was tot vlak achter Roys plaats geslopen om hem klem te zetten. Toen Roy probeerde zich los te wurmen plette Dana zijn gezicht tegen het raam.
En op dat moment, turend door het smoezelige glas, zag Roy de vreemde jongen over de stoep rennen. Hij leek zich te haasten om de schoolbus te halen, die op de hoek was gestopt om nog een paar kinderen te laten instappen.
De jongen was stroblond en mager, en zijn huid was diepbruin van de zon. Zijn gezicht stond ernstig en geconcentreerd. Hij droeg een vaal Miami Heat-basketballhemd, een vuile, kakikleurige korte broek en – dat was het rare – geen schoenen. De zolen van zijn blote voeten waren zo zwart als barbecuekooltjes.
De kledingvoorschriften op Trace Middle School waren wel niet zo verschrikkelijk streng, maar Roy wist bijna zeker dat enige vorm van schoeisel verplicht was. De jongen zou een paar gympies in zijn rugzak gehad kunnen hebben, als hij tenminste een rugzak bij zich had gehad. Geen schoenen, geen rugzak, geen boeken – heel vreemd, op een schooldag.
Roy was ervan overtuigd dat de jongen op blote voeten het zwaar te verduren zou krijgen van Dana en de andere grote jongens als hij de bus in kwam, maar dat gebeurde niet…
Want de jongen bleef rennen – de hoek om, langs de rij scholieren die stonden te wachten om in te stappen, langs de bus zelf. ‘Hé, moet je die jongen zien!’ wilde Roy roepen, maar zijn mond deed het niet zo goed. Dana Matherson had hem nog steeds van achteren vast en duwde zijn gezicht tegen het raam.
Toen de bus van het kruispunt wegreed, hoopte Roy verderop in de straat nog een glimp van de jongen op te vangen. Maar hij was de stoep afgegaan en liep nu dwars door iemands tuin. Hij rende heel hard, veel harder dan Roy kon lopen, en misschien nog wel harder dan Richard, Roys beste vriend toen hij nog in Montana woonde. Richard was zo snel dat hij met het hardloopteam van de high school mee mocht trainen toen hij nog maar in de zevende klas zat.
Dana Matherson dreef zijn nagels in Roys schedel, in de hoop dat hij een keel zou opzetten, maar Roy voelde het nauwelijks. Hij was verschrikkelijk nieuwsgierig geworden toen de rennende jongen de ene keurige groene tuin na de andere door vloog en steeds kleiner leek te worden naarmate de afstand tussen hem en de schoolbus groter werd.
Roy zag een grote hond met puntige oren, vast een Duitse herder, van een veranda springen en op de jongen af gaan. Het was haast niet te geloven, maar de jongen veranderde niet van richting. Hij sprong over de hond heen, denderde dwars door een prunusheg en verdween toen uit het zicht.
Roy hapte naar adem.
‘Wat, koeienkop? Is het zo genoeg?’
Dat was Dana, die in Roys rechteroor siste. Omdat hij de nieuweling in de bus was verwachtte Roy geen hulp van de anderen. Dat ‘koeienkop’ was zo slap dat het niet de moeite waard was er kwaad om te worden. Iedereen wist dat Dana een idioot was, en hij was ook nog minstens twintig kilo zwaarder dan Roy. Terugvechten zou alleen maar verspilling van energie zijn geweest.
‘Genoeg gehad? We horen niks, Tex.’ Dana’s adem stonk naar oude sigaretten. Roken en kleinere kinderen in elkaar slaan waren zijn twee grootste hobby’s.
‘Ja, oké,’ zei Roy ongeduldig. ‘Ik heb genoeg gehad.’
Zodra hij weer los was liet hij het raampje zakken en stak zijn hoofd naar buiten. De vreemde jongen was weg.
Wie was hij? Waarvoor was hij op de loop?
Roy vroeg zich af of een van de anderen in de bus hetzelfde had gezien als hij. Heel even vroeg hij zich af of hij het zelf wel echt had gezien.

(fragment)

Roy Eberhardt is recentelijk en niet erg gelukkig met zijn ouders verhuisd naar Florida. Het is niet zijn eerste verhuizing en Roy is eraan gewend dat hij altijd het nieuwe kind in de klas is op wie de grootste pestkoppen zich uitleven. Hij is dan ook niet verbaasd als de bullebak Dana Matherson het in de schoolbus op hem heeft voorzien en Roy ondergaat de klappen en stompen van zijn nieuwe kwelgeest eerder berustend dan dat hij actief ingrijpt. Bovendien, is het eigenlijk niet aan Dana te danken dat Roy de mysterieuze jongen ziet, die op blote voeten van de schoolbus vandaan rent?
Roy heeft het gevoel dat hier een groot mysterie achter zit en hij besluit de onbekende jongen op te sporen. Zijn speurtocht brengt hem in aanraking met een aantal uitzonderlijke figuren: een gefrustreerde opzichter van een stuk braakliggend terrein, een politieagent met een missie, een sinistere pr-medewerker van een keten pannenkoekenrestaurants en, niet in de laatste plaats, enkele kleine uiltjes die in holletjes in de grond leven. Tegelijkertijd leert hij de mysterieuze jongen kennen en raakt hij bevriend met zijn beresterke stiefzus. En als Roy dan samen met zijn nieuwe vrienden een mileuschandaal aan het licht brengt en de bedreigde uiltjes redt, lijkt het leven in Florida zo slecht nog niet!

Uil van Carl Hiaasen is misschien wel het leukste boek dat deze lente verschijnt. Het is mysterieus, spannend en onweerstaanbaar grappig. Het verhaal leest als een detective – langzaam maar zeker kom je erachter waar de geheimzinnige blote-voeten-jongen mee bezig is. Vind je die twee oogjes en dat oranje snaveltje wel geinig? Neem dan snel een kijkje op www.lemniscaat.nl want daar vind je de enige echte Uil-screensaver!

Uil
Carl Hiaasen
Lemniscaat
Het boek ligt in april in de boekhandel

 

© 2005 Lemniscaat - club@lemniscaat.nl